Kwaliteitsdocument Hof van Discipline

KWALITEITSDOCUMENT HOF VAN DISCIPLINE

1. Inleiding.

Het Hof van Discipline is de hoogste tuchtrechter voor de behandeling van klachten over advocaten. In dit document wil het hof inzicht geven in de samenstelling van het hof en over de wijze waarop het functioneert.

Niet alle onderwerpen worden in dit document inhoudelijk besproken. Voor sommige onderwerpen zijn reeds regelingen van kracht en dan wordt daar kortheidshalve naar verwezen. Het hof hoopt door deze informatie een bijdrage te leveren aan het vertrouwen in de tuchtrechtspraak.

Organisatie

2. Benoemingsbeleid (werving en selectie).

De (plv.) voorzitters en de (plv.) kroonleden zijn leden van de rechterlijke macht met rechtspraak belast. Zij worden benoemd door de minister op voordracht van het hof. De (plv.) leden uit de advocatuur worden benoemd door het College van Afgevaardigden op voordracht van de Algemene Raad en het hof.

Het hof stelt voor een werving eerst een profiel vast en werft via een openbare procedure. Ruime rechterlijke ervaring en bij voorkeur ook ervaring in de advocatuur zijn onderdelen van een profiel voor (plv.) kroonleden. Voor advocaten geldt de eis van ruime ervaring, regionale spreiding en een evenwichtige opbouw in kennis en kantoor omvang.

Het hof draagt zorg voor een benoemingscommissie bestaande uit in beginsel drie leden, waaronder een (plv.) voorzitter. De hoofdgriffier is steeds adviserend lid. Nieuwe leden ontvangen een introductiebrief met een Handleiding zaaksbehandeling.

Aan het eind van een benoemingstermijn vindt een evaluatie gesprek plaats bij voorkeur met twee leden van het presidium. In beginsel vindt herbenoeming niet meer dan twee keer plaats, tenzij de eerdere benoeming plaatsvond in de termijn van een voorganger.

3. Opleiding, permanente educatie en intervisie.

Het hof organiseert elk jaar een of meer studiebijeenkomsten. Met nieuw benoemde leden vindt aan het eind van het eerste jaar een evaluatie gesprek plaats met een lid van het presidium. Leden van het presidium nemen deel aan intervisie bijeenkomsten waarbij het leidinggeven geven aan een zitting en raadkamer van een meervoudige kamer centraal staat. Deze bijeenkomsten vinden plaats zo vaak als het presidium wenselijk acht. Ook wordt tenminste een keer per drie jaar (schriftelijk) feed back gevraagd aan de leden over het functioneren van het hof. Tenminste eenmaal per twee jaar is er overleg met de dekens en de raden van discipline.

4. De organisatie van het hof.

Het hof wordt in zijn taak ondersteund door een griffie die onderdeel is van de Stichting Ondersteuning Tuchtcolleges Advocatuur (SOTA). De griffie draagt zorg voor de inrichting van het werkproces en biedt inhoudelijke ondersteuning aan het hof. De voorzitter en de griffier maken een zittingsrooster voor in beginsel een half jaar. Op elke zitting treedt een (plv.) voorzitter op als kamervoorzitter. Een (plv.) voorzitter die eerder in een zaak een (enkelvoudige) beslissing heeft genomen maakt geen deel uit van de zittingscombinatie. De leden worden ingedeeld op basis van beschikbaarheid en waar mogelijk op basis van bijzondere kennis. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitters vormen gezamenlijk het presidium, dat tenminste vier maal per jaar met de hoofdgriffier en de plaatsvervangend hoofdgriffier vergadert. Binnen het presidium worden zowel organisatorische als inhoudelijke kwesties besproken. De griffier draagt voor intern gebruik zorg voor het notuleren en het maken van een besluitenlijst.

5. De zaakstoedeling.

Voordat zaken worden ingeroosterd ontvangen alle leden een lijst van nieuwe zaken met het verzoek aan te geven of en in welke zaak zij niet vrijstaan. Inroostering van zaken vindt plaats door de griffier. Ook als kort voor of tijdens een zitting een lid niet vrij blijkt te staan wijst de griffier een ander lid aan. Zaken worden ingeroosterd op volgorde van binnenkomst, rekening houdend met opgegeven verhinderdata van partijen. Zaken waar de raad een schorsing van relevante duur of een schrapping heeft opgelegd worden bij voorrang ingeroosterd. Dat geldt ook voor de zaken op grond van art. 5, 60b en 60ab Advocatenwet.

6. De zittingen van het hof.

In beginsel worden partijen gevraagd naar verhinderdata waarna een oproep voor een zitting uitgaat op een termijn van tenminste 4 weken. Het hof reserveert voor de behandeling ter zitting 45 minuten per zaak tenzij een kortere of langere tijd is geïndiceerd. De kamervoorzitter is verantwoordelijk voor de goede gang van zaken. Uitgangspunt is dat klager en verweerder gelijkwaardig en respectvol worden bejegend.

Het hof heeft in de Advocatenwet de mogelijkheid zaken te behandelen in een kamer van 3 of een kamer van 5 leden. De keuze wordt gemaakt door de voorzitter of een plv. voorzitter op basis van een daartoe strekkend voorstel van de griffier. Zaken die voor een behandeling door een kamer van 3 leden in aanmerking komen kennen in beginsel een helder feiten complex en vragen geen beantwoording van nieuwe rechtsvragen. Elk lid van een kamer heeft het recht verwijzing te vragen naar een kamer van 5 leden.

7. Digitalisering.

Het hof streeft ernaar om het werkproces en de zittingen zoveel als mogelijk en verantwoord is te digitaliseren. Partijen kunnen per email beroeps- en beklagschriften indienen (mits deze per post ondertekend worden nagezonden) en per email met het hof communiceren.

8. De uitspraken van het hof.

Het hof beslist in hoogste instantie. Dit brengt mee dat het hof naast de beslissing in een individuele zaak de rechtseenheid en (soms) ook de rechtsontwikkeling heeft te waarborgen. Doelstelling van het hof is dit te doen op een deskundige wijze en in een begrijpelijke vorm. De tekst van een beslissing dient daarom feitelijk en juridisch juist te zijn, rechtvaardig, overtuigend, en begrijpelijk geformuleerd. In zaken waar in appel naar het oordeel van het hof geen nieuwe relevante feiten of argumenten naar voren komen, geen sprake is van zaken die de rechtseenheid of rechtsontwikkeling raken en waarin de raad een gemotiveerde beslissing heeft genomen kan het hof volstaan met een verkorte motivering. Het hof doet in het algemeen op een termijn van 8 weken uitspraak.

9. Maatregelbeleid.

De positie van het hof brengt mee dat richting wordt gegeven aan uniformering van maatregelbeleid. Ongelijkheid in het land en een te beperkte motivering van de op te leggen maatregel kan leiden tot onbegrip en onvrede en draagt niet bij aan vertrouwen in de tuchtrechtspraak. Het hof streeft ernaar uitsluitend voor intern gebruik ori├źntatie punten te ontwikkelen, zodat meer inzicht wordt gegeven in de keuze voor een op te leggen maatregel.

10. Publicatie van uitspraken.

Uitspraken vinden in beginsel plaats op de aangezegde zittingsdag om 10.00 uur. De griffie draagt zorg voor toezending, zowel digitaal als per post, aan partijen, de deken van het arrondissement waar de advocaat staat ingeschreven, de algemeen deken en aan de raad die in eerste aanleg de beslissing had genomen. Voorts plaatst de griffie een geanonimiseerde versie op tuchtrecht.nl. De griffie draagt ook zorg voor verspreiding onder de leden teneinde bij te dragen aan de gewenste rechtseenheid. Tenminste een keer per jaar verspreidt het hof onder zijn leden uitsluitend voor intern gebruik een overzicht van uitspraken die van belang kunnen zijn in het kader van de rechtseenheid en of rechtsontwikkeling.

11. De perstuchtrechter.

Het hof kent een persrechter die op eigen initiatief of op verzoek aan de pers een toelichting kan geven naar aanleiding van een uitspraak van het hof.

12. Reglementen van het hof.

Het hof kent een rolreglement waarin de procesgang is opgenomen, een wrakingsprotocol en een herzieningsprotocol die de gang van zaken in geval van een wraking c.q. een herziening beschrijven en een klachtenregeling voor klachten over bejegening. Deze zijn gepubliceerd op de website van het hof. Het hof hanteert voor intern gebruik een protocol hoe te handelen bij verlies of diefstal van stukken, dat bij de gerechten in Nederland in gebruik is. De SOTA waakt tegen datalekken.

13. Het jaarverslag.

Jaarlijks uiterlijk in mei doet het hof samen met de raden van discipline verslag van zijn werkzaamheden in het voorafgaande jaar. Dit verslag wordt gepubliceerd op de website van het hof.

Inhoudelijk

14. Voorbereiding van een zaak door de leden.

Het dossier dat van een zaak is aangelegd wordt enkele weken voor de zitting door de griffie digitaal en/of op papier aan de leden toegezonden. De leden bestuderen het dossier mede aan de hand van een daarbij gevoegde voorbereiding door een van de griffiers, in het algemeen de zittingsgriffier.

15. Meervoudig beslissen

Het hof acht meervoudig beslissen in hoger beroep, met inbreng van vakgenoten (advocaten), van wezenlijk belang, zowel uit een oogpunt van een rechtvaardige beoordeling waarbij zoveel mogelijk alle gezichtspunten van de zaak aan de orde komen en het vermijden van fouten, als uit een oogpunt van legitimiteit.

16. De beslissing in raadkamer.

Na afloop van de zitting beraadslagen de leden met de griffier over de te nemen beslissing. De kamervoorzitter bewaakt daarbij een goede gang van zaken en draagt er zorg voor dat alle leden en de griffier voldoende aan het woord komen. De griffier legt het besprokene voor intern gebruik vast in een raadkamerverslag.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het presidium van 5 september 2017.