Rolreglement

Rolreglement hof van discipline (per 1 juni 2016)

A. Procederen in klachtzaken in hoger beroep (art. 56 Advocatenwet)

Artikel 1: wijze van indiening

1. De stukken in een klachtzaak in hoger beroep kunnen worden ingediend op de volgende wijze:

a. Per post:
Het postadres van het hof van discipline is: Postbus 85452, 2508 CD Den Haag.

b. Bezorging:
De griffie is gevestigd aan het adres Kneuterdijk 1, 2514 EM Den Haag. Bezorging kan uitsluitend plaatsvinden op de gebruikelijke werkdagen tijdens de gebruikelijke kantooruren.

c. Per fax:
Het faxnummer van het hof van discipline is 088-2053701. Tegelijk met de indiening per fax dienen de originele, ondertekende stukken per post te worden toegezonden aan de griffie van het hof, in het vereiste aantal.

d. Per e-mail:
Het e-mail adres van het hof van discipline is griffie@hofvandiscipline.nl. Tegelijk met de indiening per e-mail dienen de originele, ondertekende stukken per post te worden toegezonden aan de griffie van het hof, in het vereiste aantal.

2. Het beroepschrift kan zo nodig eerst zonder bijlagen worden ingediend (per post, fax, email of door bezorging), waarna de bijlagen zo spoedig mogelijk moeten worden nagezonden of alsnog bezorgd.

3. (Proces)stukken dienen te worden ingediend in de Nederlandse  taal. Indien een beroepschrift binnen de termijn van art. 56  lid 1 Advocatenwet is ingediend en niet is gesteld in de Nederlandse taal, dan geeft de griffier van het hof van discipline de partij de gelegenheid om binnen een vastgestelde termijn van in het algemeen 4 weken het stuk inclusief bijlagen alsnog in begrijpelijk Nederlands in te dienen. Indien de vertaling binnen die termijn is ingediend,  is het beroepschrift tijdig ingediend. Indien de vertaling niet tijdig wordt ingediend, wordt de zaak op een zitting behandeld waar slechts de ontvankelijkheid van het beroepschrift wordt beoordeeld. Indien het hof het beroep ontvankelijk acht, wordt een nieuwe datum bepaald waarop het beroep inhoudelijk wordt beoordeeld. Ook een verweerschrift in een vreemde taal moeten binnen een door de griffier vastgestelde termijn van in het algemeen 4 weken in begrijpelijk Nederlands worden ingediend.

Artikel 2: aantal in te dienen exemplaren

Beroepschriften (memories) en reacties op beroepschriften (memories van antwoord) moeten worden ingediend in 7-voud (art. 56 lid 3 Advocatenwet). Bij het beroepschrift moeten 6 exemplaren worden gevoegd van de beslissing van de raad van discipline waartegen beroep wordt ingesteld (art. 56 lid 3 Advocatenwet).

Artikel 3: vóór de behandeling ter zitting

a. Na indiening van het beroepschrift wordt door de griffier de ontvangst daarvan aan de indiener, de appellant, bevestigd. Tegelijkertijd wordt een exemplaar van het beroepschrift met eventuele bijlagen aan de wederpartij toegezonden. Aan de wederpartij wordt verzocht om uiterlijk 6 weken na ontvangst van het beroepschrift schriftelijk daarop te reageren.

b. Vervolgens ontvangen beide partijen van de griffier een “voorlopige oproep” voor een datum voor de mondelinge behandeling ter zitting van het hof van discipline. Daarin wordt aan partijen medegedeeld dat als zij op de aangekondigde datum verhinderd zijn,  zij dat binnen 5 werkdagen aan de griffier moeten mededelen met opgave van de redenen en vermelding van verdere verhinderdata over een periode van 3 maanden na de aanvankelijk geplande zittingsdatum.  Als niet binnen 5 werkdagen een bericht van verhindering is ontvangen wordt ervan uitgegaan dat de aangekondigde datum akkoord is. Het hof van discipline beslist per geval op later ingediende uitstelverzoeken.

c. Vervolgens ontvangen partijen een “definitieve oproep” met vermelding van het tijdstip en de plaats van de zitting. Ook wordt dan de samenstelling van de kamer van het hof van discipline die de zaak gaat behandelen, medegedeeld.

d. Voorafgaand aan de zitting kunnen door beide partijen nog stukken worden ingediend, in 7-voud en bij voorkeur niet later dan twee weken voor de zitting. De behandelende kamer van het hof van discipline kan bepalen dat op te laat ingediende stukken geen acht wordt geslagen. Bij nazending van stukken moet het zaaknummer worden vermeld, evenals de zittingsdatum, als die bekend is.

Artikel 4: behandeling ter zitting

a. Voor de behandeling van een zaak is in het algemeen 45 minuten uitgetrokken.

b. Partijen kunnen hetgeen zij op een zitting naar voren willen brengen, vastleggen in pleitnotities van maximaal enkele bladzijden. Deze pleitnotities dienen in zevenvoud te worden overgelegd. Partijen kunnen zich ter zitting doen bijstaan door een gemachtigde, van wie de naam bij voorkeur tevoren aan de griffie wordt opgegeven.

Artikel 5: uitspraak

Aan het eind van de zitting deelt de voorzitter mee wanneer uitspraak wordt  gedaan. In het algemeen is dat 8 weken na de mondelinge behandeling. Indien een partij niet aanwezig was op de zitting kan de dag na de zitting bij de griffie naar de uitspraakdatum worden geïnformeerd. Partijen hoeven bij de uitspraak niet persoonlijk aanwezig te zijn; de uitspraak wordt aan hen dezelfde dag per aangetekende post en/of op verzoek per e-mail toegezonden. Partijen kunnen op de dag van de uitspraak telefonisch informeren bij de griffie hoe het dictum luidt.

B. Procederen in verzetzaken (art. 56b lid 1 Advocatenwet)

In zaken waarin verzet is ingesteld tegen een beslissing van de (plaatsvervangend) voorzitter van het hof van discipline, waarin een beroep kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is verklaard, is de wijze van procederen zoals hierboven sub A weergegeven, met de volgende afwijkingen:

1. De stukken kunnen in enkelvoud worden ingediend;
2. Voor de behandeling ter zitting wordt in het algemeen 15 minuten uitgetrokken.

C. Procederen in beklagzaken op grond van artikel 13 lid 3 Advocatenwet (verzoek aanwijzing advocaat)

1. Het bezwaar tegen de beslissing van de deken (“beklag”) wordt ingediend op de wijze als hierboven sub A, artikel 1 vermeld.

2. Na indiening van het beklag wordt door de griffier de ontvangst daarvan aan de indiener bevestigd. Tegelijkertijd wordt een exemplaar van het beroepschrift met eventuele bijlagen aan de deken toegezonden. Aan de deken wordt verzocht om uiterlijk 3  weken na ontvangst van het beroepschrift schriftelijk daarop te reageren.

3. Vervolgens beslist het hof hoe de zaak verder wordt behandeld: er volgt ofwel een mondelinge behandeling waarvoor de klager en de deken worden opgeroepen, ofwel het hof neemt een beslissing op de schriftelijke stukken, ofwel klager krijgt een verzoek om op de reactie van de deken te reageren.

4. Voor de behandeling ter zitting wordt in het algemeen 15 minuten uitgetrokken.

5. Indien een mondelinge behandeling volgt zijn de artikelen 3d – behoudens de indiening in 7-voud – , 4b en 5 zoals hierboven vermeld van toepassing.

D. Procederen in beklagzaken op grond van art. 5 lid 2 Advocatenwet (weigering verzoek inschrijving als advocaat) en in beroepszaken op grond van art. 9 lid 4 Advocatenwet (schrapping binnen een jaar in geval van onjuiste inlichtingen)

De wijze van procederen is zoals hierboven sub C beschreven. Voor “deken” moet in deze gevallen “raad van de orde” worden gelezen.

E. Procederen in beroepszaken op grond van art. 60ad lid 1 en  art. 60b lid 4 Advocatenwet (spoedshalve schorsen of treffen voorlopige voorziening)

De wijze van procederen is zoals hierboven sub C beschreven. Voor “deken” moet in deze gevallen “raad van discipline” worden gelezen.

F. Procederen in wrakingszaken (art. 56 lid 6 Advocatenwet)

Hiervoor wordt verwezen naar het afzonderlijke “wrakingsprotocol” van het hof van discipline op deze website.

G. Herziening

De Advocatenwet voorziet niet in de mogelijkheid tot herziening van een uitspraak van het hof van discipline. Het hof van discipline heeft bij uitzondering herziening toegelaten doch uitsluitend indien herziening wordt verzocht door een aangeklaagde advocaat aan wie een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd en  wel op de grond dat bij de behandeling van het hoger beroep geen sprake is geweest van een eerlijk proces doordat een fundamenteel rechtsbeginsel is geschonden. Op grond van de huidige jurisprudentie van het hof van discipline kan een klager niet om herziening van een uitspraak verzoeken.

H. Slotbepaling

Het hof van discipline kan steeds bepalen dat in daarvoor in aanmerking komende gevallen van dit reglement wordt afgeweken. In gevallen waarin het reglement niet voorziet, beslist het hof van discipline.

Dit reglement is vastgesteld in de vergadering van het presidium van het hof van discipline van 24 mei 2016 en treedt in werking op 1 juni 2016.