Wrakingsprotocol

In dit wrakingsprotocol zijn de procedurele uitgangspunten vastgelegd die het hof van discipline in acht neemt bij de behandeling van een wrakingsverzoek. Onder omstandigheden kan aanleiding bestaan om van deze uitgangspunten af te wijken. Dit protocol wordt ter voorlichting gepubliceerd en niet om aanspraken of verplichtingen vast te leggen. Voor jurisprudentie van het hof van discipline in wrakingszaken wordt verwezen naar www.tuchtrecht.nl.

Dit protocol vervangt met ingang van 4 februari  2016 het wrakingsprotocol van het hof van discipline van 18 mei 2005.

1. Het wrakingsverzoek

1. Op verzoek van klager of verweerder of, als het een dekenbezwaar betreft, de deken, dan wel de landelijk deken, kan elk van de leden van het hof van discipline die de zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Het verzoek kan geen betrekking hebben op griffiers of administratieve medewerkers van het hof van discipline.

2. Het verzoek moet in beginsel schriftelijk, met opgave van de gronden waarop het berust,  worden gedaan, maar kan ter zitting ook mondeling worden gedaan. In dat laatste geval geeft de verzoeker mondeling ter zitting de feiten en omstandigheden op die aan zijn verzoek ten grondslag liggen. De griffier tekent het verzoek en de gronden op in het proces-verbaal. Vervolgens wordt de zitting geschorst. Na de zitting wordt het proces-verbaal getekend door de voorzitter en de griffier en zo spoedig mogelijk aan de verzoeker en de wederpartij gezonden.

3. Een wrakingsverzoek kan niet meer worden gedaan nadat het hof van discipline in de zaak waarop het wrakingsverzoek betrekking heeft, uitspraak heeft gedaan, en ook niet tijdens het doen van deze uitspraak.

4. De artikelen 512 t/m 519 Wetboek van Strafvordering zijn op het wrakingsverzoek van toepassing. Daarbij wordt mede gelet op de artikelen 36 t/m 39 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en 8:15 t/m 8:18 van de Algemene Wet Bestuursrecht.

2. De wrakingskamer

Het wrakingsverzoek wordt zo snel mogelijk geplaatst op de zitting van een kamer waarin het lid op wie het wrakingsverzoek betrekking heeft, geen zitting heeft. Ook de leden van de kamer waarvan het lid waarop het wrakingsverzoek betrekking heeft, deel uitmaakte, hebben geen zitting in deze kamer. Deze kamer fungeert als wrakingskamer.

3. De behandeling van het verzoek

1. Het lid van wie de wraking is verzocht wordt in de gelegenheid gesteld een schriftelijke reactie op het wrakingsverzoek in te dienen.

2. Van het wrakingsverzoek wordt een afzonderlijk dossier aangelegd met een eigen dossiernummer. Dit dossier bevat in elk geval het schriftelijke wrakingsverzoek met eventuele bijlagen, het proces-verbaal van de zitting waarop het wrakingsverzoek is gedaan, en de reactie van het lid van wie de wraking is verzocht. Het dossier bevat niet het dossier in de hoofdzaak die bij het hof in behandeling is, tenzij stukken daaruit door degene die de wraking verzoekt, door het lid van wie de wraking is verzocht of op verzoek van de wrakingskamer aan het wrakingsdossier worden toegevoegd.

3. De wrakingskamer kan kennelijk niet ontvankelijke en kennelijk ongegronde verzoeken tot wraking binnen dertig dagen nadat het verzoek ter griffie is ontvangen of ter zitting is gedaan, bij met redenen omklede beslissing zonder behandeling ter zitting afwijzen.
De wrakingskamer kan bepalen dat een volgend wrakingsverzoek niet in behandeling wordt genomen.

4. De zitting van de wrakingskamer is openbaar, tenzij de wrakingskamer anders beslist.

5. De verzoeker en het lid van wie de wraking is verzocht kunnen bij de behandeling van het verzoek ter zitting worden gehoord.

6. De wederpartij van de verzoeker in de hoofdzaak wordt zo spoedig mogelijk door de griffie op de hoogte gesteld van het feit dat een wrakingsverzoek is ingediend, van de datum waarop dit verzoek wordt behandeld en van de datum waarop uitspraak in de wraking zal worden gedaan. De wederpartij is echter geen partij in de wrakingsprocedure. Hij ontvangt geen stukken uit het wrakingsdossier en wordt in beginsel niet voor de zitting van de wrakingkamer opgeroepen, tenzij de wrakingskamer anders beslist.

4. Berusting

Het lid van wie wraking wordt verzocht kan aan de griffier te kennen geven dat hij in de wraking berust. De griffier bericht dit zo spoedig mogelijk aan de verzoeker en de wederpartij in de hoofdzaak. De (plaatsvervangend) voorzitter van het hof van discipline wijst in dat geval een ander lid aan om bij de behandeling van de hoofdzaak de plaats van het in de wraking berustende lid in te nemen. Er volgt in dit geval geen behandeling en beslissing meer door de wrakingskamer.

5. De beslissing op het wrakingsverzoek

1. De wrakingskamer beslist zo spoedig mogelijk op het wrakingsverzoek, tenzij het lid van wie de wraking is verzocht, in de wraking heeft berust.

2. De beslissing is gemotiveerd en wordt schriftelijk gegeven. De beslissing wordt in het openbaar uitgesproken.

3. De beslissing wordt onverwijld toegezonden aan de verzoeker, het lid van wie de wraking is verzocht, en de wederpartij in de hoofdzaak.

4. De beslissing houdt in niet-ontvankelijk verklaring, toewijzing of afwijzing van het verzoek.

5. Na de uitspraak op het wrakingsverzoek plaatst de griffie de hoofdzaak zo spoedig mogelijk ter verdere behandeling op een zitting met inachtneming van de uitspraak op het wrakingsverzoek.

6. Er staat geen hoger beroep open tegen de beslissing op het wrakingsverzoek.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het presidium van het hof van discipline van 3 februari 2016.