Veelgestelde vragen

Over de volgende onderwerpen worden de griffie veelvuldig vragen gesteld.

Toetsingskader van het hof

Het hof toetst aan artikel 46 Advocatenwet , welke normen grotendeels door de gedragsregels worden ingevuld.
Artikel 46 luidt: De advocaten zijn aan tuchtrechtspraak onderworpen
(1) ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met de zorg die zij als advocaat behoren te betrachten ten opzichte van degenen wier belangen zij als zodanig behartigen of behoren te behartigen,
(2) ter zake van inbreuken op het bepaalde bij of krachtens deze wet en de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme,
(3) de verordeningen van de Nederlandse orde en
(4) ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk advocaat niet betaamt.

Indienen beroepschrift

Indiening kan per post, fax, e-mail en bezorging plaatsvinden. Ingeval van indiening per fax of e-mail dienen tegelijkertijd de originele, ondertekende stukken per post te worden toegezonden aan de griffie van het hof. Het beroepschrift kan zo nodig eerst zonder bijlagen worden ingediend (per post, fax e-mail of door bezorging), waarna de bijlagen zo spoedig mogelijk moeten worden nagezonden of alsnog bezorgd. Het procesdossier in eerste aanleg behoeft niet te worden ingediend. De griffier vraagt dit dossier op bij de griffie van de raad van discipline. Door middel van een inventaris van stukken kunnen partijen controleren of alle stukken zijn bijgevoegd.

Aanleveren aanvullende stukken

Voorafgaand aan de zitting kunnen door beide partijen nog stukken worden ingediend, bij voorkeur niet later dan twee weken voor de zitting. Het hof kan beslissen dat te kort voor de zitting ingediende stukken worden geweigerd.

Vragen van uitstel voor indienen beroepschrift

Op grond van artikel 56 lid 1 van de Advocatenwet dient het beroepschrift met gronden binnen de beroepstermijn te worden ingediend. Uitstel van deze termijn kan niet worden gegeven.

Geen beroep op nader aan te voeren gronden

Op grond van artikel 56 lid 3 van de Advocatenwet en volgens vaste rechtspraak van het hof kan geen beroep op nader aan te voeren gronden worden ingediend. De gronden van het beroep moeten dus direct in het beroepschrift worden vermeld.

Nieuwe klachten

Het hof oordeelt in beginsel alleen de klachten zoals door de raad in de bestreden beslissing verwoord. Nieuwe klachten mogen in de fase van het beroep niet worden aangevoerd.

Uitstel vragen voor indienen antwoordmemorie of aanvullende stukken

De antwoordmemorie moet in het algemeen binnen 6 weken na ontvangst van het beroepschrift zijn ontvangen. In uitzonderlijke omstandigheden kan contact worden opgenomen met de griffie van het hof over uitstel van deze termijn. Het is niet verplicht een antwoordmemorie in te dienen. Desgewenst kan ter zitting aan de hand van een schriftelijke pleitnota het standpunt nader worden toegelicht.

Schadevergoeding

Het hof oordeelt over de vraag of de aangeklaagde advocaat tuchtrechtelijke normen heeft overschreden. In uitzonderlijke gevallen kan het hof, indien een klacht gegrond wordt bevonden, aan de klager een schadevergoeding van ten hoogste € 5.000,- toewijzen (artikel 48b lid 1 Advocatenwet). Dit geldt alleen voor gevallen waarin de klacht na 1 januari 2015 is ingediend bij de deken.

Horen van getuigen

Het verdient aanbeveling verklaringen van derden, die een standpunt onderbouwen, schriftelijk vast te leggen en tijdig als bijlage in het geding te brengen. Op grond van artikel 49 van de Advocatenwet kan het hof getuigen onder ede horen. Als tot het horen van getuigen wordt besloten, gebeurt dat in beginsel niet vóór of tijdens de zitting maar  na een tussenuitspraak op een nader te bepalen datum.

Vrijstaan / belangenverstrengeling

De leden van het hof zijn werkzaam als rechter of als advocaat. Het kan gebeuren dat een lid van het hof te dicht bij een zaak staat om daar voldoende onpartijdig over te kunnen oordelen. Het hof tracht zoveel mogelijk te voorkomen dat dit gebeurt. De samenstelling van de kamer wordt in de schriftelijke oproeping voor de zitting medegedeeld. Indien een partij meent dat een lid van de kamer niet over een zaak zou mogen oordelen, dient de partij de griffier hiervan zo spoedig mogelijk op de hoogte te stellen.

Griffierecht, kostenveroordeling en proceskostenveroordeling

Als de (na 1 januari 2015 bij de deken ingediende) klacht geheel of gedeeltelijk gegrond wordt verklaard, moet de beklaagde advocaat volgens de wet (artikel 46e lid 4 Advocatenwet) het door de klager betaalde griffierecht ad € 50,- aan hem vergoeden.

Zowel de raad van discipline als het hof kunnen in hun beslissing opnemen dat de kosten, of een deel daarvan, die klager in verband met de behandeling van de klacht redelijkerwijs heeft moeten maken, door de advocaat aan de klager worden vergoed. Dat kan volgens de wet (artikel 48 lid 6 Advocatenwet) alleen als de klacht geheel of ten dele gegrond is verklaard en een maatregel is opgelegd. Voor de reiskosten van de klager die naar een zitting van het hof is gekomen, hanteert het hof (net als de raden) de volgende forfaitaire bedragen:

– € 0 bij een (enkele) reisafstand onder 10 kilometer,
– € 25,- bij een reisafstand tussen 10 en 50 kilometer en
– € 50,- bij een reisafstand van meer dan 50 kilometer.

De klager krijgt in beginsel geen vergoeding voor kosten voor bijstand door een gemachtigde (gemachtigdenkosten) of voor tijd die klager zelf aan de tuchtzaak kwijt is (verletkosten). Daarnaast kan de tuchtrechter beslissen dat de kosten die ten laste komen van de Nederlandse Orde van Advocaten in verband met de behandeling van de zaak , door de advocaat aan de Nederlandse Orde van Advocaten worden vergoed (artikel 48 lid 6 Advocatenwet). Voor deze kosten hanteert het hof voor de behandeling van de zaak bij het hof een forfaitair bedrag van € 1.000,-. Ook deze kostenveroordeling kan alleen worden opgelegd als de klacht geheel of ten dele gegrond is verklaard en een maatregel is opgelegd. De door het hof gehanteerde voorlopige uitgangspunten zijn opgenomen in de Tijdelijke Richtlijn Kostenveroordeling, die is gepubliceerd op de website van het hof.

Tolk

De voertaal tijdens de zitting van de raad is Nederlands. Indien een partij ter  zitting door een tolk wenst te worden bijgestaan, dient hij of zij zelf zorg te  dragen voor inschakeling van een tolk. De kosten van de tolk komen voor  zijn of haar rekening. Wanneer de klacht geheel of ten dele gegrond wordt verklaard en een maatregel wordt opgelegd, kan in de beslissing worden opgenomen dat deze kosten door de advocaat aan de klager worden vergoed.

Welke stukken in het dossier

De griffier van het hof ontvangt van de raad van discipline de stukken die door de deken zijn aangeleverd. De deken stuurt een afschrift van zijn/haar aanbiedingsbrief aan de raad van discipline naar partijen zodat zij weten welke stukken bij de raad bekend zijn. Als er aanvullende correspondentie is gevoerd wordt deze ook bijgevoegd. De griffier van het hof maakt een inventaris en stuurt deze naar partijen. Bij vragen kunnen partijen (telefonisch) bij de griffie informeren of specifieke stukken zich in het dossier bevinden. Ook kunnen partijen, na het maken van een telefonische afspraak, het dossier inzien op de griffie. Als een partij niet beschikt over een specifiek stuk kan een kopie daarvan aan hem worden verstrekt. Tevens ontvangt de griffie van de griffie van de raad van discipline een afschrift van het proces-verbaal van de behandeling bij de raad van discipline. Indien dit stuk niet door de raad is verstrekt kan een afschrift bij de griffie van het hof worden opgevraagd.

(Proces)stukken gesteld in vreemde taal

(Proces)stukken dienen te worden ingediend in de Nederlandse taal. Indien een beroepschrift binnen de termijn is ingediend en niet is gesteld in de Nederlandse taal, dan geeft de griffier de partij de gelegenheid binnen een vastgestelde termijn van in het algemeen 4 weken het stuk inclusief bijlagen alsnog in  begrijpelijk Nederlands in te dienen.  Als de vertaling binnen die termijn is ingediend, is het beroepschrift tijdig ingediend. Als de vertaling niet tijdig wordt ingediend wordt de zaak op een zitting behandeld waar slechts de ontvankelijkheid van het beroepschrift wordt beoordeeld. Als het hof het beroep ontvankelijk acht wordt een nieuwe datum bepaald waarop de klacht inhoudelijk wordt beoordeeld. Ook een verweerschrift dat niet is gesteld in de Nederlandse taal moet binnen een vastgestelde termijn van in het algemeen 4 weken alsnog in  begrijpelijk  Nederlands worden ingediend.

Verstrekken van stukken die partijen bekend zijn

Het hof verstrekt geen afschriften van het gehele dossier. Partijen zijn immers op de hoogte van de inhoud. Het verstrekken van specifieke stukken is bedoeld om eventuele gemaakte vergissingen te herstellen.

Tuchtrechtelijk verleden

Het hof beschikt over het tuchtrechtelijk verleden van de beklaagde advocaat. Deze gegevens worden in verband met de Wet bescherming persoonsgegevens niet verstrekt aan de klager.

Voorzittersbeslissingen

Onder meer wanneer op grond van de wet geen hoger beroep mogelijk is of het beroepschrift te laat is ingediend kan de (plaatsvervangend) voorzitter van het hof, zonder partijen te horen, binnen 30 dagen na ontvangst van het beroepschrift op de griffie een beslissing geven (artikel 56a Advocatenwet), waartegen binnen 14 dagen na verzending verzet kan worden gedaan door indiening van een verzetschrift ter griffie (artikel 56b Advocatenwet). Voor de indiening van het verzet gelden dezelfde bepalingen als voor het indienen van een beroepschrift.

Wanneer is volgens de wet geen hoger beroep mogelijk

Voor klager is geen beroep mogelijk als de klacht gegrond is verklaard, ook als de klager het niet eens is met de opgelegde maatregel (artikel 56 lid 1 sub a Advocatenwet). Voor de beklaagde advocaat is geen beroep mogelijk als de klacht ongegrond is bevonden. Er is ook geen beroep mogelijk als de raad van discipline, na een gegeven voorzittersbeslissing, het tegen die beslissing ingestelde verzet ongegrond heeft verklaard (artikel 46h lid 7 Advocatenwet).

Zittingen waarin alleen de ontvankelijkheid aan de orde komt

In bepaalde zaken wordt door het hof eerst de ontvankelijkheid beoordeeld. Dit betekent dat het hof eerst beoordeelt of het mogelijk is om hoger beroep in te stellen. Voor die zitting worden beide partijen uitgenodigd. Als appellant ontvankelijk wordt verklaard in zijn/haar beroep, wordt een tussenbeslissing gegeven en een nieuwe datum bepaald waarop de zaak inhoudelijk zal worden behandeld. Als het hof het beroep niet ontvankelijk acht volgt een eindbeslissing.

Geen mogelijkheid incidenteel appel in te stellen

Voor alle partijen geldt dat binnen de beroepstermijn hoger beroep moet zijn ingesteld. Later ingesteld beroep (bij wijze van incidenteel appel) wordt niet ontvankelijk verklaard.

Intrekken van een beroep

Een ingesteld hoger beroep kan geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken. Als de zaak eindigt door intrekking van het hoger beroep blijft de beslissing van de raad van discipline in stand. Als de raad de maatregel van schorsing in de uitoefening van de praktijk heeft opgelegd bepaalt het hof, nadat de betrokken advocaat is gehoord of behoorlijk opgeroepen, de dag waarop de maatregel aanvangt (artikel 56 lid 5 Advocatenwet).

Intrekken van een klacht

Een klacht kan tijdens de fase van het hoger beroep tot aan de uitspraak worden ingetrokken. Dat betekent niet altijd dat de behandeling van de klacht ten einde is. De wet bepaalt dat in sommige gevallen de behandeling van de klacht ondanks de intrekking wordt voortgezet (artikel 47a lid 2 en artikel 57 lid 2 Advocatenwet).

Verzoek aanwijzing advocaat (artikel 13 Advocatenwet)

Als een rechtzoekende zelf geen advocaat  kan vinden in een zaak waarin een advocaat nodig is, kan hij op grond van artikel 13 lid 1 Advocatenwet de deken vragen hem een advocaat aan te wijzen. Op een dergelijk verzoek beslist de deken van de orde van advocaten in het arrondissement waar de rechtszaak gaat plaatsvinden. Als de deken het verzoek afwijst, kan de rechtzoekende binnen zes weken beklag doen bij het hof. Het hof beoordeelt of de deken gegronde reden had om het verzoek af te wijzen. Het hof kan het beklag ter zitting behandelen, waarvoor klager en de deken worden opgeroepen, maar kan ook een beslissing nemen zonder zitting, op basis van de schriftelijke stukken.

Toga

De behandelingen vinden niet in toga plaats. Dat geldt voor de leden van het hof, de beklaagde advocaat en de eventuele gemachtigden/advocaten van de klager en de beklaagde advocaat.

Beeld- en geluidopnamen

Het is niet toegestaan om zonder voorafgaande toestemming beeld- en geluidopnamen te maken. Het hof hanteert de persrichtlijn van de Rechtspraak (te vinden op www.rechtspraak.nl).