Wrakingsprotocol

In dit wrakingsprotocol zijn de procedurele uitgangspunten vastgelegd die het hof van discipline in acht neemt bij de behandeling van een wrakingsverzoek. Onder omstandigheden kan aanleiding bestaan om van deze uitgangspunten af te wijken.

Wrakingsprotocol hof van discipline

Dit protocol bevat de (procedurele) uitgangspunten die het hof van discipline (hierna: het hof) hanteert als een wrakingsverzoek wordt ingediend. Het hof kan van deze uitgangspunten afwijken. In dit protocol wordt verwezen naar het Procesreglement van het hof van discipline (hierna: het Procesreglement), dat is vermeld op de website van het hof: hofvandiscipline.nl.

Op grond van artikel 56 lid 6 Advocatenwet zijn de artikelen 512 tot en met 515 van het Wetboek van Strafvordering ook van toepassing op een verzoek tot wraking van de leden van het hof van discipline.

1. De mogelijkheid tot wraking

1.1 Elk lid van het hof dat een zaak (hierna: de hoofdzaak) behandelt, kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

1.2 Een verzoek tot wraking kan worden gedaan door:

– de klager;

– de betrokken advocaat;

– de deken van de orde als deze bij de hoofdzaak betrokken is;

– de deken van de algemene raad als deze bij de hoofdzaak betrokken is; – elke andere partij die bij de hoofdzaak betrokken is.

1.3 Als lid van het hof worden aangemerkt: – de (plaatsvervangend) voorzitter; – de (plaatsvervangende) kroonleden (rechterlijk leden); – de (plaatsvervangende) advocaat-leden.

1.4 Griffiers en administratieve medewerkers van het hof kunnen niet worden gewraakt.

2. Het wrakingsverzoek

2.1 Het wrakingsverzoek moet worden gedaan zodra de verzoeker bekend is geworden met de in artikel 1.1 bedoelde feiten of omstandigheden die de reden vormen voor het wrakingsverzoek.

2.2 Het wrakingsverzoek moet buiten de mondelinge behandeling schriftelijk worden ingediend bij de griffie van het hof, bij voorkeur per e-mail (griffie@hofvandiscipline.nl). In artikel 2 van het Procesreglement is nader omschreven hoe processtukken kunnen worden ingediend. Dat artikel is ook van toepassing op de indiening van het wrakingsverzoek.

2.3 Tijdens de mondelinge behandeling van de hoofdzaak kan een wrakingsverzoek ook mondeling worden gedaan. De griffier noteert in het proces-verbaal van de mondelinge behandeling dat een wrakingsverzoek is gedaan en wat de reden daarvoor is. Vervolgens wordt de mondelinge behandeling geschorst, waarna het proces-verbaal door de (plaatsvervangend) voorzitter en de griffier wordt ondertekend. De griffie stuurt zo snel mogelijk een kopie van dit proces-verbaal aan de verzoeker en de wederpartij.

2.4 In het wrakingsverzoek als bedoeld in artikel 2.2 dan wel het proces-verbaal als bedoeld in artikel 2.3 moet worden gemotiveerd dan wel vermeld waarom het verzoek wordt gedaan. Daarbij moeten alle feiten of omstandigheden, waardoor de rechterlijke onpartijdigheid volgens de verzoeker schade zou kunnen lijden, tegelijk naar voren worden gebracht.

2.5 Een wrakingsverzoek kan niet meer worden gedaan nadat het hof uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak of tijdens het doen van die uitspraak.

3. Geen behandeling

3.1 Het hof kan besluiten een wrakingsverzoek niet in behandeling te nemen als: a. het gaat om een volgend verzoek tot wraking van hetzelfde lid en er geen feiten of omstandigheden naar voren worden gebracht die pas na het eerdere wrakingsverzoek aan de verzoeker bekend zijn geworden; of b. in een eerdere beslissing op een wrakingsverzoek is bepaald dat wegens misbruik een volgend wrakingsverzoek van verzoeker niet in behandeling wordt genomen; of c. het verzoek is ingediend na het tijdstip waarop in de hoofdzaak einduitspraak is gedaan of tijdens het doen van die uitspraak; of d. het verzoek geen betrekking heeft op een persoon die op grond van artikel 1 lid 3 kan worden gewraakt; of e. het verzoek zich richt tegen het gehele hof; of f. het verzoek zich richt tegen leden die de hoofdzaak niet behandelen; of g. het verzoek zich richt tegen de wrakingskamer en ofwel niet voldoet aan de in de artikelen 1 en 2 vermelde vereisten ofwel moet worden aangemerkt als misbruik van recht.

3.2 Als het verzoek niet in behandeling wordt genomen, wordt geen wrakingskamer samengesteld. De artikelen 4 tot en met 9 van dit protocol zijn dan niet van toepassing en de behandeling van de hoofdzaak wordt direct voortgezet. 3.3 Tegen de procedurele beslissing om het wrakingsverzoek niet in behandeling te nemen, staat geen rechtsmiddel open.

3.4 De verzoeker, het lid van wie wraking is verzocht en de wederpartij in de hoofdzaak worden zo snel mogelijk geïnformeerd over het niet in behandeling nemen van het wrakingsverzoek. Over deze beslissing worden zij als volgt geïnformeerd: – als vóór het begin van de mondelinge behandeling van de hoofdzaak op het verzoek is beslist, stuurt de griffie een brief; – als tijdens de mondelinge behandeling van de hoofdzaak op het verzoek wordt beslist, deelt het hof dit tijdens die behandeling mee; – als ná de mondelinge behandeling op het verzoek wordt beslist, stuurt de griffie een brief of vermeldt het hof dit in de schriftelijke beslissing in de hoofdzaak.

4. De procedure

4.1 Na ontvangst van het wrakingsverzoek maakt de griffie een afzonderlijk dossier aan. Dit wrakingsdossier bevat het schriftelijke wrakingsverzoek met eventuele bijlagen en, indien de mondelinge behandeling van de hoofdzaak heeft plaatsgevonden, het proces-verbaal van die mondelinge behandeling. Het dossier van de hoofdzaak maakt geen deel uit van het wrakingsdossier, tenzij de verzoeker, het lid van wie wraking is verzocht of de wrakingskamer de griffie vragen (bepaalde stukken uit) het dossier van de hoofdzaak aan het wrakingsdossier toe te voegen.

4.2 De griffie stelt de wederpartij van de verzoeker in de hoofdzaak zo snel mogelijk op de hoogte van het feit dat een wrakingsverzoek is gedaan door toezending van het wrakingsverzoek of van het proces-verbaal van de mondelinge behandeling waarbij het wrakingsverzoek is gedaan. De wederpartij is echter geen partij in de wrakingsprocedure, ontvangt geen stukken uit het wrakingsdossier en wordt niet voor de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek opgeroepen, tenzij de wrakingskamer anders beslist. De wederpartij wordt wel op de hoogte gesteld van de datum en het tijdstip waarop het wrakingsverzoek wordt behandeld zodat de wederpartij deze behandeling als toehoorder kan bijwonen.

4.3 De griffie stelt het lid van wie wraking is verzocht in de gelegenheid schriftelijk op het wrakingsverzoek te reageren. Deze schriftelijke reactie wordt aan het wrakingsdossier toegevoegd.

5. Berusting

5.1 Het lid van wie wraking wordt verzocht, kan aan de griffie laten weten dat geen verweer wordt gevoerd tegen het wrakingsverzoek (berusting).

5.2 De griffie stelt de verzoeker en de wederpartij in de hoofdzaak daarvan op de hoogte.

5.3 Als een lid in de wraking berust, wordt het wrakingsverzoek tegen dat lid niet (verder) in behandeling genomen. Het hof wijst dan een ander lid van het hof aan, dat bij de (verdere) behandeling van de hoofdzaak de plaats zal innemen van het lid dat in de wraking heeft

berust.

5.4 De hoofdzaak wordt daarna (verder) in behandeling genomen.

6. De wrakingskamer

6.1 Het wrakingsverzoek wordt, tenzij het om de in artikel 3 genoemde redenen niet in behandeling wordt genomen of als in de wraking wordt berust, zo snel mogelijk in behandeling genomen.

6.2 De wrakingskamer bestaat uit de (plaatsvervangend) voorzitter en ten minste een kroonlid (rechterlijk lid) en een advocaat-lid. Het lid op wie het wrakingsverzoek betrekking heeft en de andere leden van het hof die de hoofdzaak behandelden, hebben geen zitting in deze wrakingskamer.

7. De verdere procedure

7.1 De verzoeker en het lid van wie wraking is verzocht, worden in de gelegenheid gesteld op het wrakingsverzoek te worden gehoord. De griffie stuurt aan hen een oproep met vermelding van de datum en het tijdstip van de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek. In deze oproep wordt vermeld welke leden deel uitmaken van de wrakingskamer.

7.2 De wrakingskamer kan kennelijk niet-ontvankelijke en kennelijk ongegronde wrakingsverzoeken binnen dertig dagen nadat de griffie deze heeft ontvangen zonder mondelinge behandeling afwijzen bij gemotiveerde beslissing.

7.3. De wrakingskamer kan bepalen dat een volgend wrakingsverzoek wegens misbruik van recht niet in behandeling wordt genomen. 8

. De mondelinge behandeling

8.1 Artikel 4 van het Procesreglement is ook van toepassing op de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek.

9. De uitspraak

9.1 De wrakingskamer beslist zo spoedig mogelijk op het wrakingsverzoek.

9.2 Artikel 5 van het Procesreglement is ook van toepassing op de uitspraak van de beslissing op het wrakingsverzoek.

9.3 De uitspraak wordt toegezonden aan: – de verzoeker; – het lid van wie wraking is verzocht; – de wederpartij in de hoofdzaak.

9.4 Tegen de beslissing op het wrakingsverzoek staat geen rechtsmiddel open.

9.5 Na de uitspraak op het wrakingsverzoek wordt de behandeling van de hoofdzaak zo snel mogelijk hervat met inachtneming van de beslissing op het wrakingsverzoek.

 

Dit wrakingsprotocol is vastgesteld in de vergadering van het presidium van het hof van 10 december 2019 en treedt in werking op 1 januari 2020.