Wrakingsprotocol

In dit wrakingsprotocol zijn de procedurele uitgangspunten vastgelegd die het hof van discipline in acht neemt bij de behandeling van een wrakingsverzoek. Onder omstandigheden kan aanleiding bestaan om van deze uitgangspunten af te wijken.

Dit protocol wordt ter voorlichting gepubliceerd en niet om aanspraken of verplichtingen vast te leggen. Voor jurisprudentie van het hof van discipline in wrakingszaken wordt verwezen naar www.tuchtrecht.nl.

  • In dit wrakingsprotocol zijn de procedurele uitgangspunten vastgelegd die het hof van discipline in acht neemt bij de behandeling van een wrakingsverzoek. Onder omstandigheden kan aanleiding bestaan om van deze uitgangspunten af te wijken.
  • Dit protocol wordt ter voorlichting gepubliceerd. Er kunnen geen rechten aan worden ontleend.
  • Dit protocol vervangt met ingang van 26 februari  2019 het wrakingsprotocol van het hof van discipline van 14 februari 2016.
  • Voor jurisprudentie van het hof van discipline in wrakingszaken wordt verwezen naar www.tuchtrecht.nl.
  • De artikelen 512 t/m 519 Wetboek van Strafvordering zijn op het wrakingsverzoek van toepassing. Daarbij wordt ook gelet op de artikelen 36 t/m 39 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en 8:15 t/m 8:18 van de Algemene Wet Bestuursrecht.

1. Het wrakingsverzoek

1. Op verzoek van klager of verweerder of, als het een dekenbezwaar betreft, de deken of de landelijk deken, kan elk van de leden van het hof van discipline die de zaak behandelt worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Het moet daarbij gaan om feiten en/of omstandigheden die de persoon van het lid betreffen.

2. Onder ‘lid’ wordt hier verstaan:

– de (plaatsvervangend) voorzitter(s),
– de kroonleden,
– de advocaat-leden.

3. Het wrakingsverzoek kan geen betrekking hebben op griffiers of administratieve medewerkers van het hof van discipline.

4. Het wrakingsverzoek moet worden gedaan zodra de in lid 1 bedoeld feiten en/of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden.

5. Het wrakingsverzoek moet in beginsel schriftelijk, met opgave van de gronden waarop het berust, worden gedaan. Alle feiten en/of omstandigheden waardoor volgens de verzoeker de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden moeten tegelijk worden voorgedragen.

6. Tijdens de zitting kan het wrakingsverzoek ook mondeling worden gedaan. In dat laatste geval geeft de verzoeker mondeling ter zitting alle feiten en/of omstandigheden op waardoor volgens de verzoeker de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. De griffier tekent het verzoek en de gronden op in het proces-verbaal. Vervolgens wordt de zitting geschorst. Na de zitting wordt het proces-verbaal getekend door de voorzitter en de griffier en zo spoedig mogelijk aan de verzoeker en de wederpartij gezonden.

7. Een wrakingsverzoek kan niet meer worden gedaan nadat het hof van discipline in de zaak waarop het wrakingsverzoek betrekking heeft uitspraak heeft gedaan. Het kan ook niet worden gedaan tijdens het doen van deze uitspraak.

2. Geen behandeling

1. Het hof kan besluiten een verzoek dat de verzoeker als ‘wrakingsverzoek’ aanmerkt niet in behandeling te nemen in één van de volgende omstandigheden:

a. Het gaat om een volgend verzoek om wraking van hetzelfde lid en er worden geen feiten of omstandigheden voorgedragen die pas na het eerdere verzoek aan de verzoeker bekend zijn geworden.

b. In een eerdere beslissing op een wrakingsverzoek is bepaald, dat wegens misbruik een volgend verzoek van verzoeker niet in behandeling wordt genomen.

c. Het verzoek is ingediend na het tijdstip waarop in de hoofdzaak einduitspraak is gedaan of tijdens het doen van die uitspraak.

d. Het verzoek heeft geen betrekking op een persoon die ingevolge artikel 1 lid 1 kan worden gewraakt.

e. Het verzoek zich richt tegen het hele hof van discipline.

f. Het verzoek richt zich tegen de wrakingskamer en voldoet ofwel kennelijk niet aan de in artikel 1 vermelde eisen ofwel moet worden aangemerkt als kennelijk misbruik van recht.

2. Als het verzoek niet in behandeling wordt genomen, wordt er geen wrakingskamer samengesteld. De artikelen 3 tot en met 7 zijn dan niet van toepassing en de behandeling van de hoofdzaak wordt direct vervolgd.

3. Tegen de procedurele beslissing tot niet in behandeling nemen van het verzoek staat geen rechtsmiddel open.

4. Verzoeker, het lid wiens wraking is verzocht en de wederpartij van de verzoeker in de hoofdzaak worden zo spoedig mogelijk geïnformeerd over het niet in behandeling nemen door middel van:

a. een brief van de griffier als op het verzoek is beslist vóór aanvang van de zitting in de hoofdzaak;

b. een mededeling ter zitting als op het verzoek is beslist tijdens die zitting; of

c. vermelding in de schriftelijke beslissing in de hoofdzaak als op het verzoek is beslist na die zitting.

3. Berusting

1. Het lid van wie wraking wordt verzocht kan aan de griffier laten weten dat hij in de wraking berust.

2. De griffier stelt hiervan de verzoeker en de wederpartij in de hoofdzaak op de hoogte.

3. De voorzitter dan wel een van de plaatsvervangend voorzitters van het hof van discipline wijst in dit geval een ander lid aan om bij de behandeling van de hoofdzaak de plaats van het in de wraking berustende lid in te nemen.

4. Er volgt in dit geval geen behandeling en beslissing meer door de wrakingskamer.

5. De behandeling van de hoofdzaak wordt voortgezet. Het nieuw aangewezen lid neemt de plaats in van het lid dat in de wraking heeft berust.

4. De wrakingskamer

1. Het wrakingsverzoek wordt, tenzij het niet in behandeling wordt genomen, zo snel mogelijk geplaatst op de zitting van een wrakingskamer.

2. De wrakingskamer bestaat uit de (plaatsvervangend) voorzitter en ten minste een kroonlid en een advocaten-lid. Het lid op wie het wrakingsverzoek betrekking heeft en de andere leden van de kamer die de hoofdzaak behandelden, hebben geen zitting in deze kamer. De wrakingskamer wordt bijgestaan door een griffier.

5. Kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond

De wrakingskamer kan kennelijk niet ontvankelijke en kennelijk ongegronde verzoeken tot wraking binnen dertig dagen nadat het verzoek ter griffie is ontvangen of ter zitting is gedaan, bij met redenen omklede beslissing zonder behandeling ter zitting afwijzen.

6. De behandeling van het verzoek

1. Het lid van wie de wraking is verzocht wordt in de gelegenheid gesteld een schriftelijke reactie op het wrakingsverzoek in te dienen.

2. Van het wrakingsverzoek wordt een afzonderlijk dossier aangelegd met een eigen dossiernummer. Dit dossier bevat in elk geval het schriftelijke wrakingsverzoek met eventuele bijlagen, het proces-verbaal van de zitting waarop het wrakingsverzoek is gedaan, en de reactie van het lid van wie de wraking is verzocht. Het dossier bevat niet het dossier in de hoofdzaak die bij het hof in behandeling is, tenzij stukken daaruit door degene die de wraking verzoekt, door het lid van wie de wraking is verzocht of op verzoek van de wrakingskamer aan het wrakingsdossier worden toegevoegd.

4. De zitting van de wrakingskamer is openbaar. De wrakingskamer kan beslissen dat de zitting niet openbaar is.

5. De verzoeker en het lid van wie de wraking is verzocht, kunnen bij de behandeling van het verzoek ter zitting worden gehoord.

6. De griffie stelt de wederpartij van de verzoeker in de hoofdzaak zo spoedig mogelijk op de hoogte van het feit dat een wrakingsverzoek is ingediend. Ook geeft de griffier door op welke datum dit verzoek wordt behandeld en op welke datum uitspraak in de wraking zal worden gedaan. De wederpartij is echter geen partij in de wrakingsprocedure. Hij ontvangt geen stukken uit het wrakingsdossier en wordt niet voor de zitting van de wrakingkamer opgeroepen tenzij de wrakingskamer anders beslist.

7. De beslissing op het wrakingsverzoek

1. De wrakingskamer beslist zo spoedig mogelijk op het wrakingsverzoek, tenzij het lid van wie de wraking is verzocht in de wraking heeft berust.

2. De beslissing houdt in:

– niet-ontvankelijk verklaring, of
– toewijzing, of
– afwijzing van het verzoek.

3. De beslissing is gemotiveerd en wordt schriftelijk gegeven. De beslissing wordt in het openbaar uitgesproken.

4. De beslissing wordt direct toegezonden aan:

– de verzoeker,
– het lid van wie de wraking is verzocht en
– de wederpartij in de hoofdzaak.

5. Na de uitspraak op het wrakingsverzoek wordt de behandeling van de hoofdzaak zo spoedig mogelijk hervat met inachtneming van de uitspraak op het wrakingsverzoek.

6. Tegen de beslissing van het hof op het wrakingsverzoek staat geen hoger beroep open.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van het presidium van het hof van discipline van 26 februari 2019 en gepubliceerd op de website van het hof van discipline op 21 maart 2019.